Geschiedenis van karate

In allerlei boeken en natuurlijk ook op het internet is veel te vinden over de geschiedenis van karate. Deze telt vele stromingen en nog meer grootmeesters. Ook zijn er meerdere betekenissen van het woord “karate”. Ik heb getracht dit alles te filteren en er een duidelijk samenhangend geheel van te maken. Let wel, de geschiedenis van het karate gaat heel erg ver terug en vele verhalen zijn in eerste instantie alleen mondeling doorverteld. Over de juistheid van sommige anekdotes en overleveringen kan men alleen maar gissen…

Geschiedenis van karate in het algemeen
Karate is een Japanse vechtkunst, maar de oorsprong van karate ligt niet, zoals velen denken, in Japan maar vindt zijn oorsprong in het noorden van China, in de provincie Henan. Volgens de legenden leefde zo’n 1500 jaar geleden een Indische monnik met de naam Bodhidharma Taichi of kortweg Daruma Taichi (Ta Mo in het Chinees), die in het klooster van Shaolin-Zsu de boeddhistische leer Dhyana (later Zen genoemd) onderwees. Zijn onderwijs en tucht waren echter zo streng, dat veel van zijn leerlingen het bewustzijn verloren. Daruma stelde daarom een soort fysiologische techniek samen, die zijn leerlingen lichamelijk en geestelijk moest sterken en hen zou beschermen op hun reizen. Deze techniek heette Ekikinyo en bestond uit een serie van oefeningen gecombineerd met krijgskunst ter bevordering van het fysieke gestel. Het Ekikinyo, beter bekend als Shorin Kempo, (Shorin is het Japanse woord voor Shaolin) is de basis van vele oosterse vechtkunsten.
Er is echter nooit bewijs gevonden dat deze Bodhidharma echt geleefd heeft. Misschien staat hij in de legenden als symbool voor meerdere personen die in die periode hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van dit Kempo. Een meer profane verklaring is dat veel Chinese kloosters zich in afgelegen gebieden bevonden en vaak het doelwit waren van rondtrekkende roversbenden. Om zich tegen deze rovers te kunnen weren, gingen de monniken zich bedienen van verdedigingstechnieken die aansloten bij hun leer: een verdedigingskunst waarbij geen gebruik hoefde te worden gemaakt van wapens. Deze monniken werden later de geweldigste vechters van China en de stijl die ze beoefenden werd Shaolin-Zsu-tempelboks of Kempo genoemd. De meest bekende hiervan afgeleide vechtkunst is het huidige Shaolin Kung Fu.
Aangezien China en het eiland Okinawa (dat tegenwoordig bij Japan hoort) van oudsher met elkaar in betrekking stonden, vooral via kooplieden en zeelui uit de Chinese provincie Fujian, duurde het niet lang voordat deze zelfverdedigingskunst ook in Okinawa werd beoefend. Het werd aanvankelijk gecombineerd met een lokale martial art en kreeg de naam Okinawa-Te. In de 15e eeuw kwam een koning aan de macht, Hashi van de Okinawa Sho-dynastie, die alle wapendracht verbood. Zo kwam het ongewapende gevecht in een stroomversnelling. Er onstonden drie grote stromingen op Okinawa, alle genoemd naar de steden waar ze werden ontwikkeld: Shuri-te, Naha-te en Tomari-te.

Karate in Kanji

Uit het Shuri-Te werd later (18e eeuw) het To-Te of Kara-Te gevormd, waarbij zowel To als Kara twee leeswijzen van een Chinees schrifteken (zie rechts) zijn die de Chinese Tang-dynastie (618-907) symboliseert (aanvankelijk las men dus ook nog Tang-Te). Later (vanaf 1937) werd dit teken veranderd, maar men las nog altijd ‘Kara’, wat in het Japans ‘leeg’ betekent.
Maar Okinawa was niet altijd Japans en had zijn eigen taal. De oude (Okinawaanse) betekenis van ‘Te’ was net als in het Chinees ‘techniek’ of ‘kunst’. Dus betekende het oude ‘Kara-te’ zoveel als ‘Tang Kunst’ . De huidige betekenis van KARATE, is echter ‘lege hand’, want ‘Te’ betekent in de Japanse taal daadwerkelijk ‘hand’ en heeft hetzelfde pictogram (kanji): 手. Dat is ook de betekenis die de meeste karateboeken en -websites eraan geven, maar geheel (historisch) correct is het dus niet…

 Deze betekenis is echter nog geen 100 jaar oud, want het duurde tot omstreeks 1920 voordat een inwoner van Okinawa deze verdedigingskunst in het openbaar demonstreerde in Japan. Zijn naam was Gichin Funakoshi, geboren in 1868 in Shuri, Okinawa. De eerste Karate-dojo in Japan heette “Shoto Kan”, naar een door Gichin Funakoshi gebruikt pseudoniem: Shoto, dat zoveel betekent als “pijnboomgeruis” (als jongeman liep hij graag bij een tempel waaromheen veel pijnbomen stonden. Het geruis van de wind door deze bomen verschafte hem de innerlijke rust die hij voor de Karate-training nodig had).

Het Karate werd in Japan snel populair en in 1948 werd de Japan Karate Associatie (JKA) opgericht met Gichin Funakoshi aan het hoofd. Toen meester Gichin in april 1957 stierf, telde zijn kunst reeds duizenden volgelingen, die ervoor zorgden dat Karate over de hele wereld werd verspreid. Gichin Funakoshi mag dan ook als de vader van het moderne Karate worden beschouwd.

Een andere grootmeester in het karate, was één van de leraren die Gichin Funakoshi heeft gehad: Yasutsune Itosu, beter bekend als Anko Itosu (geboren 1830, 31 of 32, gestorven 1915). Hij was op zijn beurt weer leerling geweest van Sokon Matsumura (1809-1898), een grootmeester die de drie grote stromingen op Okinawa combineerde en het Shaolin of Shorin-Ryu noemde, naar de oorsprong van het karate: de Shaolin-tempel. Deze Anko Itosu (plaatje rechts) wordt óók vaak beschouwd als de vader van het moderne karate. Maar, wie ook de ‘vader’ moge zijn, het waren allemaal mensen waar we met veel respect aan moeten terugdenken…

Natuurlijk heeft karate meer invloeden gehad dan alleen uit China. Zo werd aanvankelijk de Chinese kunst gecombineerd met de oorspronkelijke vechtkunst van Okinawa. Verder komen vele hedendaagse Japanse tradities en gebruiken voort uit de diepgewortelde geschiedenis van Japan. Zo hebben bijvoorbeeld ook de Samurai, de beroemde en gevreesde Japanse krijgers die ontstonden in de 12e eeuw en eeuwenlang de Japanse eilanden geregeerd hebben, een stevige stempel gezet op de hedendaagse Japanse cultuur en daarmee automatisch op karate. Niet zo zeer direct op de technieken (de jujutsu-technieken van de Samurai hebben meer invloed gehad op Aikido, Hapkido en Judo), maar meer op de Japanse etiquette, gebruiken, rites en tradities en het ‘algemene’ karakter van de Japanners. Zo stonden bijvoorbeeld discipline, eer en respect hoog in het vaandel van de Samurai en zijn ook vandaag de dag niet meer weg te denken uit de Japanse cultuur.

Geschiedenis van Genseiryu karate
De oprichter van de stijl Genseiryu is Seiken Shukumine (1925-2001). De wortels van het Genseiryu Karate liggen in een stijl van het Okinawa-Karate dat Shuri-Te heet. Deze stijl werd gecombineerd met de twee andere grote stijlen door Sokon “Bushi” Matsumura (1809-1898) tot Shorin-Ryu. Als meester (Sensei) had hij beroemde leerlingen als Gichin Funakoshi (oprichter van Shotokan, zie hierboven), Yasutsune (Anko) Itosu, Chotoku Kyan en Yasutsune Asato. Een van de minder bekende leerlingen was Bushi Takemura. Hij ontwikkelde een versie van de Kushanku Kata die vandaag in het Genseiryu nog steeds geoefend wordt. Eén van Takemura’s leerlingen was Soko Kishimoto (1866-1945).

Eén van de leerlingen van Soko Kishimoto was de in 1925 in Naha-shi (op het Japanse eiland Okinawa) geboren Seiken Shukumine. Shukumine had geen familie die hem karate kon bijbrengen. Toen hij 8 jaar oud was kreeg hij les van Anko Sadoyama, een meester in Koryu Karate. De training begon steeds met 50 sprongen over een snelgroeiende struik. Een wat geromantiseerde anekdote vertelt dat toen Shukumine op een dag een wandeling maakte, hij verrast werd door een slang die hem wilde bijten. Net als bij zijn sprongen over de struik, sprong hij ook nu over de slang. De slang werd gedood door Soko Kishimoto (1866-1945), die dit voorval had gezien. Een mooie anekdote, maar zeer waarschijnlijk verzonnen. Vanaf 14-jarige leeftijd werd hij Kishimoto’s leerling, en bleef dit tot aan zijn dood. Een ander verhaal dat rondgaat is dat toen Shukumine werd geïntroduceerd bij Kishimoto, deze aan Shukumine vroeg om bij de deur te gaan staan. Kishimoto pakte plotseling een pook, die in de brandende open haard stak en gooide met volle kracht een gloeiend stuk houtskool richting Shukumine. Die wist het in een snelle reactie te ontwijken en het houtskool kletterde tegen de deur. Daarop besloot Kishimoto hem als één van zijn laatste leerlingen te nemen. Waarschijnlijk is ook dit een verzonnen verhaal, want in werkelijkheid (is gebleken uit overleveringen van oud-leerlingen) heeft Shukumine juist lang moeten aandringen voordat Kishomoto zich uiteindelijk bereid toonde om hem les te geven. Het schijnt ook dat Kishimoto in zijn leven slechts negen kohai (=leerlingen) had geaccepteerd en zijn laatste twee waren Shukumine en Seitoku Higa. Soko Kishimoto stierf in 1945 tijdens de Slag om Okinawa.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Shukumine op 18-jarige leeftijd opgeroepen voor de militaire dienst. Hij werd geplaatst in de marinedivisie van het Japanse Kamikaze Corps. Hier werd hij opgeleid tot Kaiten-piloot (éénmans-torpedo). Shukumine ontwikkelde een speciale techniek en strategie om met de wetenschap om te gaan dat hij wellicht ook ingezet zou kunnen worden in de oorlog. Hij probeerde een manier te bedenken om zijn karatetechnieken om te zetten naar een methode om in de Kaiten torpedo’s te kunnen ontwijken.

Hij overleefde de oorlog, maar zijn meester was gedood en Okinawa platgebombardeerd. Om deze redenen trok hij zich terug op een verlaten eiland en begon zijn eigen karate-stijl te ontwikkelen. Met in gedachten zijn achtergrond als Kaiten-piloot, ontwikkelde hij nieuwe technieken. Dit in combinatie met de klassieke technieken vormden een verbeterde versie van het Okinawa-te dat hij had geleerd van Sadoyama en Kishimoto.

Shukumine demonstreerde in 1949 voor de eerste keer zijn Karate voor het publiek in de stad Ito in Japan.In oktober 1950 nam hij deel aan een Karate-expositie, georganiseerd door Nippon TV. Hij deed dit samen met andere grote namen als Ryusho Sakagami (Itosu-kai), Hidetaka Nishiyama (JKA), Yasuhiro Konishi (Ryobu-kai), H. Kenjo (Kenshu-kai), Kanki Izumikawa en Shikan Akamine (Goju-ryu). Shukumine demonstreerde o.a. de Kata Kushanku Dai, Tameshiwari (= breektechniek, in dit geval het doorslaan van 34 dakpannen met shuto) en Hachidan-tobi-geri (springende trap met 8 ‘kicks’ in één sprong).

In 1953 instrueerde Shukumine de troepen op de militaire basis Tachikawa. Zijn Karate verspreidde zich snel over de rest van Japan en hij noemde de stijl Genseiryu (玄制流). In het Japans bestaat de naam uit drie karakters (Kanji). Het eerste is Gen (玄) en heeft meerdere betekenissen, zoals ‘mysterieus’, ‘universum’ maar ook ‘een scherpzinnige en diepe waarheid’. Het tweede karakter is Sei (制) en laat zich vertalen in ‘controle’, ‘systeem’, ‘wet’ of ‘regel’, maar ook in ‘het creëren van (een) vorm’. Het laatste teken is Ryu (流) hetgeen simpelweg ‘stijl’ of ‘school’ betekent. De combinatie Gensei (玄制) zou kunnen worden vertaald in ‘controle over het universum’, maar het lezen van Japanse Kanji is niet zo simpel. In deze combinatie wordt de betekenis meer zoiets als ‘het najagen van de diepe waarheid en het verhelderen ervan door de vorm’. Dit moet worden gezien op fysiek maar ook op spiritueel vlak.
Soms wordt ook gesproken van Genseikan, waarbij kan (館) ook weer zoveel betekent als ‘school’, maar meer in de zin van de plaats waar het plaatsvindt (gebouw). In 1955 werd Genseiryu officiëel erkend. Shukumine kreeg op 31-jarige leeftijd (in 1956) de hoogste graad in karate, de 8e dan (in Kyoshi).

Shukumine publiceerde in 1964 het boek “Shin Karatedo Kyohan”, waarin hij de technieken en tactieken van het Genseiryu Karate beschrijft. In 1962 introduceert hij een verdere ontwikkeling van het Genseiryu Karate dat hij Taido noemt, een zeer acrobatisch uitziende Budo-discipline. Dit is een nieuwe oosterse vechtkunst, dat wel zijn wortels in het Genseiryu Karate heeft, maar niet als karate wordt gezien. Ook over deze vechtkunst schreef hij een boek, namelijk “Taido gairon” (1988), waarin hij de basisprincipes en -technieken van het Taido beschrijft. Naast Taido bleef sensei Shukumine echter ook betrokken bij Genseiryu en stond tot aan zijn dood aan het hoofd van de Wereld Genseiryu Organisatie.

 

Pas in de jaren ’60 begon Genseiryu zich buiten Japan te verspreiden, naar de USA, Europa, Zuid-Amerika en Afrika. Op 26 november 2001 overleed Shukumine, na lange tijd ziek te zijn geweest, aan een hartstilstand. Hij werd 75 jaar oud. Vanaf 16 november 2003 werd besloten om binnen het Genseiryu, wereldwijd het door Shukumine gepubliceerde boek “Shin Karatedo Kyohan” te gebruiken als leidraad voor het Genseiryu. Hierin staan ook de kata beschreven die we beoefenen, o.a. Ten-i no, Chi-i no, Jin-i no, Naihanchi en Sansai no Kata. Deze internationale overeenkomst werd ondertekend door vertegenwoordigers van Genseiryu uit de gehele wereld overkoepeld door de World/European Genseiryu Karatedo Federation (WGKF). In deze federatie zit ook de Japanse tak, Genseiryu Karatedo Honbu Dojo (waarbij Honbu Dojo zich laat vertalen als “Hoofdkwartier”). Deze Japanse organisatie is lid van Nippon Karatedo Rengoukai. Deze laatste is lid van de Japan Karatedo Federation (JKF) en daarmee is de Japanse Genseiryu Karatedo Honbu Dojo automatisch óók lid van de JKF. De President van Japanse Genseiryu Karatedo Honbu Dojo is tevens de president van de WGKF, sensei Yasunori Kanai. Hij is ook benoemd tot hoofd-instructeur van de Wereld Genseiryu. Daarvoor waren dat sensei Yamada en sensei Saito. Allen zijn ze benoemd door sensei Shukumine om de leiding van de Wereld Genseiryu op zich te nemen, daar sensei Shukumine zelf vanaf 1962 de meeste tijd stak in Taido en deze taak liever uit handen gaf. De genoemde overeenkomst van de WGKF is ook ondertekend door sensei Nobuaki Konno, de oprichter en vertegenwoordiger van Genseiryu Nederland en daarnaast Directeur-Generaal van de WGKF. Een kopie van deze ‘agreement’ staat hier rechts.

 

Een aantal scholen heeft besloten om zich niet aan deze internationale afspraak te houden en de beginnerskata te vervangen door die uit het Shotokan (de Heians), omdat dit interessanter (lees: competatiever) is voor wedstrijden. In een tekst van de hand van de grondlegger zelf, sensei Shukumine, kan men lezen dat de Ten-i no, Chi-i no en Jin-i no kata bij Genseiryu hóren en het is natuurlijk wel vreemd dat mensen die claimen Genseiryu te trainen deze specifieke basiskata niet trainen. Zij zonderen zich hiermee af van het eigenlijke Genseiryu en vormen daarmee een ‘stijlgroepering’ (een afsplitsing dus) die de toevoeging ‘Butokukai’ dient te gebruiken. Hun overkoepelende organisatie is de Nippon Karatedo Butokukai, opgericht in 1962. Tegenwoordig noemen ze zich ook wel, meer ‘internationaal’ klinkend, de Genseiryu (Butokukai) Karatedo International Federation. Deze organisatie wordt sinds 1971 geleid door sensei Tosa, een oud-leerling van sensei Shukumine. Helaas kregen zij een onenigheid over de toekomst van het Genseiryu Karate, met name over de kata’s, die zo ver uit de hand liep dat Tosa uiteindelijk Shukumine de rug toe keerde en zijn eigen weg ging. Tosa schreef ook een boek over het Genseiryu Karate, “Genseiryu Karatedo Kyohan 2”, waarin Shukumine nog een voorwoord schreef, vermoedelijk nog vóórdat ze de onenigheid kregen. Tosa heeft deze woorden alsnog gebruikt, hoogstwaarschijnlijk om zijn boek verkoopkrachtiger te maken. De stijl Butokukai is in Japan zelf wel redelijk groot, maar er buiten niet.

Andere stijlen die zijn afgeleid van Genseiryu zijn o.a.: Genwakai, Keneikai, Ryounkai, Seidokai en Butokukai.

Er zijn inmiddels vele karatestijlen ontwikkeld. Enkele andere stijlen die niet direct iets met Genseiryu te doen hebben zijn: Shotokan, Wado-Ryu, Kyokushinkai, Shito-Ryu, Goju-Ryu.